Vakantiegeld later uitbetalen door corona, mag dat?

Het coronavirus zorgt ervoor dat werkgevers zoeken naar manieren om hun kosten te verlagen. Sommige werkgevers willen vanwege de coronacrisis bijvoorbeeld het vakantiegeld niet in mei uitbetalen, maar pas later dit jaar. Lees in dit artikel wat uw rechten en plichten als werknemers zijn rondom vakantiegeld.

Voorbeeld

In mei krijgt u normaal gesproken uw vakantiegeld. Vanwege de coronacrisis heeft uw werkgever echter veel minder omzet. Hij vraagt aan zijn personeel of hij het vakantiegeld later uit mag betalen, om zo tijdelijk kosten te besparen. U wilt weten of uw werkgever dit van u mag vragen.

Werknemer heeft ook in coronatijd recht op uitbetaling vakantiegeld

In de wet is geregeld dat een werknemer recht heeft op minimaal 8% vakantiegeld over het loon. De werkgever kan dit recht niet uitsluiten. Ook niet als er door corona minder omzet is. In de arbeidsovereenkomst of cao staat vaak wanneer de werkgever het vakantiegeld moet betalen. Dit is meestal jaarlijks in de kalendermaand mei.

Vakantiegeld vorderen bij te late betaling

De werkgever is verplicht het vakantiegeld in de afgesproken maand uit te betalen. Als het vakantiegeld niet op tijd wordt betaald, is deze vordering opeisbaar. Dit betekent dat de werknemer juridische stappen kan ondernemen om het vakantiegeld te vorderen. Er wordt dan een loonvorderingsprocedure opgestart.

Vakantiegeld later uitbetalen kan in overleg

In overleg en met akkoord van de werknemer kan het betaalmoment van het vakantiegeld worden uitgesteld. Veel werknemers begrijpen dat bedrijven door corona in financieel zwaar weer verkeren en zijn daarom bereid om akkoord te gaan met een latere betaling. Het is voor de werknemer in dat geval belangrijk om duidelijke schriftelijke afspraken met de werkgever te maken. Uit deze afspraken moet blijken wanneer het vakantiegeld dan wel uitbetaald wordt. Als de werkgever zich vervolgens niet aan deze afspraak houdt, kan de werknemer alsnog een loonvorderingsprocedure starten.

Mogelijke gevolgen bij faillissement

Het is fijn dat werknemers tijdens de coronacrisis met hun werkgevers willen meedenken. Wel kunnen er nadelen aan het later uitbetalen van vakantiegeld zitten. Dit kan onder andere spelen bij een faillissement van de werkgever. Bij een faillissement compenseert het UWV alleen het vakantiegeld tot 1 jaar terug. Als de werknemer met een latere betaling akkoord gaat, dan staat een deel van het vakantiegeld langer dan 1 jaar open. De werknemer krijgt dat deel dan niet gecompenseerd en moet hiervoor een vordering bij de curator indien. De praktijk leert dat de werknemer in dat geval niets of vrijwel niet meer via de curator krijgt uitbetaald. Bij het maken van betaalafspraken, is het daarom belangrijk dat de werknemer met de werkgever regelt dat er nooit vakantiegeld langer dan 1 jaar openstaat. Kan de werkgever bijvoorbeeld niet al het vakantiegeld uitbetalen in mei dit jaar? Dan moet hij op zijn minst wel het vakantiegeld van mei 2019 uitbetalen. Zo staat het vakantiegeld nooit langer dan 1 jaar open.

Mogelijke gevolgen hoogte WW-uitkering

Als de werknemer een WW-uitkering moet aanvragen, kan het later uitbetalen van het vakantiegeld ook gevolgen hebben voor de hoogte van het dagloon. De hoogte van de WW-uitkering wordt bepaald aan de hand van de hoogte van het salaris dat de werknemer in het jaar voor zijn werkloosheid heeft verdiend. Als in dat jaar geen of minder vakantiegeld is uitbetaald, valt de WW-uitkering in veel gevallen lager uit.

Als de werkgever gebruik maakt van de NOW regeling

Werkgevers die in zwaar weer verkeren door de coronacrisis kunnen in bepaalde gevallen gebruik maken van de NOW regeling. Deze regeling compenseert een deel van de loonkosten. Dat is inclusief vakantiegeld. Hopelijk kunnen veel werkgevers hierdoor wel het vakantiegeld op tijd uitbetalen.